Dementie hoe maak je echt contact

http://zin-in-zorg.nl/2016/dementie-hoe-maak-je-echt-contact/Onze zintuigen zijn een belangrijk middel om echt CONTACT te maken. Bij mensen met dementie verdwijnt het begripsvermogen geleidelijk, terwijl zintuigen langer in tact blijven. Hoewel ze vaak in sterkte afnemen, naarmate de dementie vordert.

Als je vraagt: “Hoe gaat het met u?”, kunnen mensen je verwonderd aankijken, zo van wie ben jij? Maar als je naar je cliënt toeloopt en zorgt dat deze je ziet, en je zegt iets, bijv. “Ha mevrouw van Zelderen, fijn dat ik u zie!”, kan er spontaan een glimlach in het gezicht verschijnen.

Dementie: hoe maak je echt contact?

Kijken, iemand zien en horen, luisteren zijn belangrijk in onze waarneming. Ook gevoel, geur en smaak behoren bij de zintuigen die mede bepalen hoe je ‘kijkt’ naar mensen.

5 tips die helpen om echt contact te maken:

  1. Haal 3 x rustig adem, voor je naar binnen stapt. Zeker als je gehaast bent of onrustig. Je wordt zelf rustig(er) en kunt je aandacht bij je cliënt brengen.
  2. Tover een glimlach op je gezicht; zelf word je er blij van door het hormoon serotonine en mensen met dementie zijn gevoelig voor de stemming van een ander. Ze zullen het merken.
  3. Noem de ander bij de naam. Dat kan mevrouw of meneer Van Zelderen zijn, de voornaam of ‘tante Nel en oom Jan’, weet wat werkt. Je helpt iemand bij het in contact komen.
  4. Maak OOGcontact met aandacht.
  5. Praat rustig in korte zinnen. En laat pauzes vallen na een zin.

Maak contact met volledige aandacht!

Vandaag is mijn lievelingsdag

Deze keer de E-zine-in-Zorg over werkdruk met een aantal tips om met deze druk om te gaan. Daarnaast krijg je ook een wildcard, want een beetje relativeren en wat humor helpt ook tegen de stress van de werkdruk.

Vandaag is mijn lievelingsdag! Werkdruk: 6  tips met wildcard 😉

http://zin-in-zorg.nl/2015/vandaag-is-mijn-lievelingsdag/

  • Moet je altijd tempo maken om je werk af te krijgen?
  • Heb je achterstand in het werk?
  • Heb je problemen om het werktempo bij te houden?
  • Kan je nog moeilijk ontspannen?

Wanneer je deze vragen met een ’ja’ hebt beantwoord, dan heb je last van werkdruk. Last van werkdruk lijkt een objectief begrip. Echter waar de één nog relaxed functioneert, is de ander overbelast.

Werkdrukbeleving heeft  meer oorzaken dan alleen de feitelijke hoeveelheid werk. Het gevoel van jouw overbelasting moet je echter nooit negeren. Neem jezelf als maatstaf, want de gevolgen van langdurige werkdruk(beleving) zijn enorm.

Heb jij last van werkdruk?

Houd er dan rekening mee dat de oplossing niet alleen bij je werkgever maar ook bij jezelf ligt.

Zes tips om met werkdruk om te gaan:

  1. Stel aan het begin van de dag je prioriteiten en schrijf ze op. Niets is vermoeiender dan aan het werk te gaan met het idee, dat je het werk toch niet af krijgt. En maar gewoon zo veel mogelijk doet. Door het stellen van prioriteiten wordt zichtbaar wat jij die dag gaat doen en wat niet.
  1. Ga in gesprek met je leidinggevende en collega’s. Werk samen aan concrete afspraken. Een goede voorbereiding van dit gesprek is het halve werk. Zeker als blijkt dat je eigenlijk niet kan kiezen in de hoeveelheid werk, omdat er belangrijke dingen blijven liggen.De SMART methodiek kan je helpen bij de voorbereiding en de uitwerking. Hierdoor maak je concreet wat er speelt en wat er nodig is voor een oplossing.
Specifiek Wat
Meetbaar Waaraan
Acceptabel Waarom
Realistisch Welke acties zijn nodig
Tijdgebonden Wanneer
  1. Werk met aandacht. Haasten heeft geen enkele zin en zorgt alleen maar voor meer werk.
  1. Neem pauze!!!! Even ontspannen, je gedachten verzetten, geeft je nieuwe energie en focus.
  1. Zorg goed voor jezelf! Drink minder koffie, beweeg meer en zoek ontspanning in je vrije tijd.
  1. Leer hoe je de werkdruk thuis los kan laten. Bijvoorbeeld door iets te doen waar je plezier in hebt, zoals sporten, meditatie, muziek of een Na een lange dag vraagt dit vaak om doorzettingsvermogen, maar het helpt om los te komen van je werk.

Samenvattend: Bewust omgaan met werkdruk, concrete afspraken maken  en de tijd  nemen voor ontspanning is dé manier om weer met plezier naar het werk te gaan.

Behalve 6 tips ook nog een ‘Wildcard’:

http://zin-in-zorg.nl/2015/vandaag-is-mijn-lievelingsdag/Gebruik de kracht van het positief denken en begin de dag goed.

Bijvoorbeeld: Wanneer je ’s morgens op staat denk dan: Vandaag is mijn lievelingsdag!!!!

Onderweg naar het werk herhaal ik deze zin weleens hardop. En echt, het helpt om alles wat ik die dag tegenkom op een positieve manier aan te gaan!

Wil jij leren hoe je prioriteiten moet stellen, concrete afspraken moet maken en naar je eigen werkdruk te kijken? Samen kijken welke coach en/of traject bij jou en je team past? Neem dan contact met mij op.

Leidinggevende en op zoek naar handvatten om werkdrukgesprekken te voeren? Laten we samen onderzoeken waar jouw trainings- of coachingsvraag ligt.

Contact

Neem gerust contact op met Wies Vink, 06 – 51832505, wvink@zin-in-zorg.nl.

Alvast een paar van onze oplossingsgerichte mogelijkheden, om ook voor jou van iedere dag een lievelingsdag te maken:

Hoe ga je om met lastige mensen deel 3 maak gebruik van positionering

Als klein meisje liep ik graag op mijn moeders schoenen met hakken. Geweldig vond ik dat: ik voelde me groot en een moeder(tje). Ik besefte het toen niet, maar stond toen ook al even in de schoenen van een ander. Die van mijn moeder destijds. Figuurlijk gezien staan we vaker in de schoenen van een ander en doen we dat ook in ons vak. Hoe vaak doe je dat eigenlijk? Wanneer wel en wanneer bij voorkeur niet? Lees hier het derde deel van de serie: Hoe ga je om met lastige mensen deel 3 – Maak gebruik van positionering.

Welke positie is nu het beste?

hoe-ga-je-om-met-lastige-mensen-deel-3Wanneer je in de schoenen van een ander staat… dan geeft dat een ander perspectief aan een situatie. Het is maar net vanuit welke kant je tegen een situatie aankijkt. Wat is dan eigenlijk het beste perspectief? De beste positie voor je communicatie?

Hoe ga je om met lastige mensen? Maak gebruik van positionering

Je kunt reflecteren op een voor jou lastige relatie of situatie en deze vanuit verschillende invalshoeken bekijken: vanuit je eigen invalshoek, vanuit die van de ander en vanuit een observerende rol. In NLP worden die invalshoeken waarnemingsposities genoemd. Zie voor de betekenissen het artikel over de 3 waarnemingsposities. Welke positie is nu het beste?

Op je werk in de zorg, met klanten, collega’s en leidinggevenden zal je waarschijnlijk het grootste deel van je tijd in je eigen schoenen staan. Je handelt vanuit je eigen professionaliteit en mens zijn.

Reflecteren op je eigen handelen maakt vanzelfsprekend deel uit van ons zorgvak. Dus wissel je, als het goed is, regelmatig van positie. Voorbeelden hiervan zijn: Je inleven in iemand anders, zijn belevingswereld, zijn manier van doen, zijn beleving van de situatie en zijn motieven om iets wel of niet te doen. Als zorgprofessional kun je niet zonder deze vaardigheid.

Het herkennen vanuit welke positie je kijkt en waarneemt kan nuttig zijn, vooral omdat je verplaatsen in de belevingswereld van je klant, collega of leidinggevende jou kan helpen om met bepaalde mensen of lastige situaties om te gaan en daarin professioneel te handelen.

Hieronder een aantal voorbeelden waar je in een bepaalde positie van kan profiteren en van situaties waarin dat minder waardevol is.

De invloed van verschillende ‘waarnemings’posities:
1e, 2e en 3e positie

Wanneer is het nuttig om tijd aan één positie te besteden? Mogelijke gevolgen van te veel tijd in één positie

 

Eerste positie Als je je eigen resultaten en doelen wilt opstellen en wanneer je assertief wilt zijn. Je houdt te weinig rekening met de ideeën en gevoelens van anderen.
Tweede positie Wanneer je het gedrag en de gevoelens van anderen wilt (leren) begrijpen. Je leeft je in en ervaart wat de ander voelt, ziet en hoort; je voldoet aan zijn behoeften. Je gaat voorbij aan je eigen behoeften. Je bent sub assertief.
Derde positie Wanneer je objectief de situatie wilt bekijken, wat er aan de hand is, en emoties bij je beslissing wilt vermijden. Je bent een toeschouwer. Je krijgt oog voor de behoeften van beide partijen. Doe je dit zonder compassie, dan beschouwen anderen je sneller als emotieloos of onverschillig.

* Nog even de inhoud van de 3 waarnemingsposities opfrissen? Klik hier

In wiens schoenen sta jij?

hoe-ga-je-om-met-lastige-mensen-deel-3Denk de komende week na over de gesprekken en discussies die je met klanten en collega’s op het werk voerde. Ga na welke waarnemingspositie je het minst inneemt. Vraag jezelf het volgende af:

  1. Breng ik veel tijd door in de eerste positie, sta ik meestal in mijn eigen schoenen? En houd ik me hoofdzakelijk bezig met mijn eigen wensen en belangen?
  2. Breng ik veel tijd door met meeleven met anderen en me in te denken hoe het voor ze is? Sta ik vaker in de schoenen van een ander?
  3. Kijk ik vanaf een afstand? Ben ik een toeschouwer in die situaties? Neem ik de interactie waar tussen mezelf en de ander als ik er vanaf een afstandje naar kijk? Denk ik objectief over de dingen na?

Oefen in de praktijk de waarnemingsposities

Oefen de komende twee weken met het afwisselen van je vertrouwde positie met een minder vertrouwde positie, zodat je vaardiger wordt in het schakelen van waarnemingspositie. Je wordt meer flexibel in je gedrag in het omgaan met lastige mensen. Elke positie kent voor- en nadelen. Veel succes.

Meer oefenen?

Wil je meer weten over onze trainingen, leren hoe je deze techniek te integreren in communicatie met cliënten, collega’s en leidingegevende? Neem contact op met Wies Vink, 06 51832505, mailen kan ook naar wvink@zin-in-zorg.nl

Bron: NLP op het werk van Lynne Cooper.

Dit artikel is de derde van de serie ‘Hoe ga je om met lastige mensen?’
Deel 1 uit de serie kun je hier lezen.
Hier Hoe ga je om met lastige mensen deel 2 – over de 3 waarnemingsposities.

PS Lastige mensen bestaan niet. Wij zelf zijn het die het lastig vinden om met bepaald gedrag om te gaan, is mijn overtuiging 😉

5 tips bij het stellen van open vragen

tijd-nemen-5-tips-bij-het-stellen-van-open-vragenVraag- en belevingsgerichte zorg vinden we belangrijk. Aansluiten bij wat de cliënt wil en daarop verder gaan is van groot belang. Om hier echt invulling aan te geven, heb je informatie nodig van jouw cliënt en zijn/haar mantelzorger.

Door open vragen te stellen creëer je ruimte voor de inbreng van je cliënt. Open vragen stellen is een noodzakelijke vaardigheid om goede zorg te kunnen leveren. 

Hoe zit het ook alweer?

Een open vraag  begint altijd met één van de volgende woorden:

  • Wie
  • Wat
  • Waar
  • Wanneer
  • Hoe

Als je met één van de bovenstaande vraagwoorden begint, kan er niet met ‘ja’ of nee’ worden geantwoord.

Zorg dat je tijd hebt om naar het antwoord te luisteren. Anders is er geen ruimte voor de inbreng van de ander. Een vraag kan immers ook weer andere vragen oproepen, of het begin zijn van een gesprek.

Neem-de-tijd-5-tips-bij-het-stellen-van-open-vragenAls je de vraag gesteld hebt, zwijg je minstens vijf seconden. Geef de ander de tijd en ga de tijd niet volpraten! Komt er weinig terug van de cliënt, stel de vraag dan nog een keer.

Meestal komt er dan wel een uitspraak waarop je kunt doorvragen. Als je een compleet en duidelijk antwoord hebt, vat je samen wat de ander heeft gezegd in je eigen woorden en vraagt of de samenvatting klopt.

5 Tips bij het stellen van Open Vragen

  1. Bondig
    Een goede open vraag is een overzichtelijke, eenduidige vraag. “Hoe laat wilt u uw persoonlijke verzorging hebben?” Niet teveel uitweiden met uitleg, zoals: “U gaat natuurlijk naar dagbesteding, dus het is belangrijk dat we op tijd komen”. Of: “Bent u geen ochtendmens en wordt dat te vroeg voor u? We kunnen natuurlijk ook ’s avonds komen?” De cliënt wordt zo niet uitgenodigd een eigen antwoord te geven en/of raakt de draad kwijt.
  2. Geen oordeel geven
    Een open vraag beginnen met ‘Wat vindt u van…’,  is een goede manier om zoveel mogelijk informatie van de ander te krijgen over zijn mening en beleving. Bijvoorbeeld over de invulling en organisatie van de zorg en begeleiding. De cliënt kan zijn of haar ideeën en beleving vrijuit kenbaar maken. Je krijgt zo inzicht in de gevoelens en wensen van je gesprekspartners.In “Wat vindt u” zit helemaal geen sturing vanuit jezelf, geen enkele suggestie, beperking of richting. Je bent daardoor neutraal. In het antwoord kan de ander zichzelf laten zien, zonder dat je stuurt.
  3. ‘Waarom’ vermijden
    “Waarom” is een heel bekend vraagwoord, maar hoort niet thuis in het rijtje voor open vragen. Het is bijna onmogelijk om een ‘Waarom’ vraag zonder oordeel te stellen. Waarom komt snel over als een verwijt. Vraag dan bijvoorbeeld: Hoe bent u op dit idee gekomen? Wat zijn voor u belangrijke redenen om persoonlijke verzorging aan te vragen?
  4. Neem de tijd en straal dat ook uit
    Een gehaaste indruk zorgt ervoor dat de cliënt zich niet vrijuit voelt om te spreken, waardoor afspraken of contact niet tot volle tevredenheid verlopen en dit op een ander moment tot uiting komt. Door haast en te weinig aandacht duurt een gesprek vaak onnodig lang.
  5. Gebruik de juiste lichaamstaal
    Wat we in de drukte van alle dag weleens vergeten is op onze non-verbale communnicatie te letten. Aan je houding ziet de ander of je echt interesse en aandacht hebt. Kijk de anderen aan en kijk niet naar je papier of de klok. Een haastige indruk zorgt er voor dat de juiste informatie niet op tafel komt en veroorzaakt tijdsdruk en stress op een ander moment.

Veel succes, want een goede open vraag is extra kwaliteit voor zorg en begeleiding.

Verder leren over communicatie in de zorg?

Goede communicatie zorgt voor meer kwaliteit en minder werkdruk. Neem dan contact op met Wies Vink wvink@zin-in-zorg of 06-51832505

Interessante trainingen:

Ook het nieuwste artikel ontvangen? Meld je hier aan.

Zin-in-Zorg – Contact  www.zin-in-zorg.nl 

Partners in crime

‘Ware Zorgen doe je samenpartners in crime’ zei de fysiotherapeut tegen de moeder toen zij samen bedachten hoe ze haar lichamelijk beperkte zoon zover konden krijgen zijn oefeningen te doen.

Ook al woonde haar zoon al een aantal jaar in een woonvoorziening, moeder wist precies hoe de fysiotherapeut zijn autoriteit naar haar zoon moest laten gelden om hem actief te krijgen. Om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen fitheid en mobiliteit. Op zijn beurt drukte de fysiotherapeut de moeder op het hart haar zoon dan ook te laten en er niet bovenop te zitten.

De zorg wordt steeds meer een zaak voor iedereen. Zorgen doe je samen. Ook met het oog op de toekomstige ontwikkelingen in de zorg, wordt verwacht dat zorgprofessionals, cliënten en mantelzorgers een partnership aangaan voor de zorg voor de cliënt.

Partners in Crime

Een partnership tussen zorgprofessionals en familie is voorwaarde voor het leveren van goede zorg. Hoe geef je zo’n samenwerking vorm? Door samen aan de slag te gaan. Een goed gesprek, luisteren en leren van elkaar is het fundament om hier een succes van te maken. Partners in crime.
Een positieve zorgcultuur creëren met Inzicht in elkaars drijfveren en begrip voor elkaars keuzes in heden en verleden. Een zorgcultuur waarin je ruimte maakt met elkaar voor eigen kracht en eigen regie. Een zorgcultuur waarin je samen zoekt naar wat werkt. 

Open communicatie

Open communicatie is voorwaarde voor een geslaagde samenwerking tussen zorgprofessionals en mantelzorgers.

Open communicatie begint al bij het bepalen wat je wilt bereiken, wanneer je tevreden bent. Het gaat hier dus over het WAT.

Open communicatie betekent ook naar elkaar willen luisteren, open staan voor elkaars wensen en ideeën, van elkaar wat willen aannemen en leren.  Het gaat hier dus over het HOE.

Open communicatie is ook ontdekken hoe je elkaar het beste kunt ondersteunen met oog voor eigen kracht en eigen regie. Samen ruimte maken voor elkaars rol en taak. Het gaat hier dus over het WIE.

Durven en doen

Open communiceren is durven en doen. Als je niet durft te zeggen wat je wil of wat je belangrijk vindt als zorgverlener of naaste familie, dan zit je jezelf in de weg. Als je dit wel durft dan geeft dit vrijheid.

Angst is een slechte raadgever zegt mijn moeder altijd, en ze heeft helemaal gelijk. Angst om je te uiten, vragen te stellen, feedback te geven komt vaak voort uit eigen gedachten. Een mantelzorger die bijvoorbeeld denkt “Ze zullen me vast een zeurpiet vinden” stelt niet snel vragen. Een verzorgende die denkt “Thuis hebben ze het altijd zo gedaan, dus wie ben ik om iets anders voor te stellen”, deelt haar best goede idee niet met de familie.

Jammer als het zo gaat. Het legt een voedingsbodem voor omzichtig met elkaar omgaan, ontstaan van ergernis en vooronderstellingen of interpretaties die misschien helemaal niet kloppen.

Zorgen doe je samenHeel fijn, als je als zorgprofessionals en mantelzorgers elkaar wel weet te vinden, wel elkaar durft aan te spreken, te bevragen, voorstellen te doen. Samen doen wat werkt voor de cliënt met respect voor elkaars mening en positie. 

 

Het is nooit te laat

Ik heb zelf ooit training gevolgd over angst. Heel interessant, want angst wordt lang niet altijd benoemd of herkend, maar speelt in de communicatie een grote rol.  Bang zijn om de controle te verliezen, om te horen dat wat je doet niet goed genoeg is. Bang voor de mondigheid van een ander, bang om niet aardig gevonden te worden, bang om……..

Wat ik van de training altijd heb onthouden is het motto: ‘Het is nooit te laat’. Het is nooit te laat om toch je waardering uit te spreken, of om te zeggen dat je wellicht te fel reageerde. Het is nooit te laat om toch nog te zeggen wat je niet leuk vond, ook al durfde je dat vorige week niet.

Wat een vrijheid geeft dat! Het is dus ook nooit te laat om toch het gesprek aan te gaan. Om met de mantelzorger te gaan praten over wat werkt en niet werkt. Om samen te kijken met de familie wat er leeft, wat er anders of beter kan.

Voel je vrij en ga het gesprek aan! Zoek de samenwerking en wordt ‘partners in crime’.

Reageren? Ja graag!

We zijn benieuwd naar jouw ervaringen. Deel je reactie hieronder.

Zin-in-Zorg heeft een training ontwikkeld voor zorgprofessionals, familie en andere mantelzorgers om ‘partners in crime’ te worden. Meer weten? Klik hier… of neem contact met Wies Vink op. Telefoon tel 06-51832505

Nog geen abonnee? Ontvang direct het nieuwste artikel in je mailbox. Meld je hier aan

Dementie Eetlust en Communicatie: wat hebben die nu met elkaar te maken?

Altijd het laatste artikel ontvangen? Meld je hier aan

Zintuigen belangrijk in communicatie met mensen met dementie

http://zin-in-zorg.nl/2014/dementie-eetlust-en-communicatie-wat-hebben-die-nu-met-elkaar-te-maken/Het communiceren met mensen met dementie verandert naarmate de dementie toeneemt. Hoewel het  meest bekende symptoom van dementie de achteruitgang van het  geheugen is, kunnen gedrag en karakter ook veranderen. Dat heeft ook invloed op de eetlust. Dementie eetlust en communicatie: wat hebben die nu met elkaar te maken?

Voorkomende ziekteverschijnselen

Iemand met dementie heeft ook één of meerdere van de volgende ziekteverschijnselen:

  • Afasie: Iemand kan niet meer zeggen wat hij wil. Hij kan de taal minder goed gebruiken dan voorheen. Veel mensen ondervinden tijdens hun vakantie in het buitenland de frustratie die vergelijkbaar is met afasie. Bijvoorbeeld: Je weet dat je het woord voor postzegel in het Frans kent, je weet wat een postzegel is, maar je komt niet meer op het exacte woord. Mensen met afasie ondervinden dagelijks deze problemen.
  • Apraxie: Doelgerichte handelingen niet meer uit kunnen voeren, zoals de kraan open en dicht draaien.
  • Agnosie: Voorwerpen niet meer kunnen herkennen. Iemand herkent een vork niet meer en weet niet wat ermee te doen.
  • Stoornis in uitvoerende functies: Logische gevolgtrekkingen niet meer kunnen maken. Bijvoorbeeld een kraan naar de hete kant opendraaien… mensen weten niet meer dat het gevolg is dat ze zich kunnen branden.

Communiceren wordt moeilijker en kost meer tijd  als je woorden en bekende begrippen niet meer herkent. Denk je maar eens in, hoe het zou zijn als je in China bent. Wanneer je daar ziek wordt en je spreekt de taal niet, heb je een communicatieprobleem, toch?

Gelukkig kunnen we met onze zintuigen communiceren

In onze communicatie –  met collega’s, bewoners  en cliënten spelen onze zintuigen een belangrijke rol. We luisteren naar wat iemand zegt of roept en de toon waarop; we kijken naar iemand die binnenkomt; we geven iemand een arm en voelen de huid van de ander. Of een bewoner reageert anders dan gewoonlijk, we voelen aan dat hem of haar iets dwars zit. We ruiken eten dat op tafel staat, we proeven de bouillon. We voelen ons blij, gelukkig, en zien er verdrietig of boos uit…

Hoe bevorder je het contact en wek je de eetlust op met hulp van jouw communicatie?

Kleinschalig wonen biedt in het dagelijks leven veel mogelijkheden om contact te maken met bewoners en onderling het contact te versterken. Met elkaar leven en wonen biedt veel openingen om ‘anders’ te communiceren. En creëert tegelijkertijd een warm thuis waarin men zich veilig voelt.

http://zin-in-zorg.nl/2014/dementie-eetlust-en-communicatie-wat-hebben-die-nu-met-elkaar-te-maken/Het is leuk om rond het thema eten in contact te zijn. Geuren, kleuren, smaak en geuren zijn een beleving. Daarbij snijdt het mes aan twee kanten. Een veel voorkomend verschijnsel bij mensen met dementie is dat de eetlust afneemt. Je communiceert, bent in contact en stimuleert de eetlust tegelijkertijd.

10 tips

  1. Gebruik een vaste routine, zodat dit herkenning geeft.
  2. Drink koffie met de bewoners aan tafel. Serveer iets lekkers bij de koffie of allerhande hapjes verschillend van smaak en geur om te ruiken en te proeven. Je kan ook kiezen voor iets waarvan je weet dat individuele bewoners dit lekker vinden, traditionele streekgerechten of juist de buitenlandse keuken.
  3. Bereid het eten zo veel mogelijk aan de huiskamertafel voor. Betrek bewoners bij aardappelen schillen, groente schoonmaken. Kunnen ze nog een aardappel schillen? Of de aardappelen in de pan met water doen?
  4. Samen soep maken is ook een mogelijkheid. Mensen kunnen groenten snijden, in de pan doen, gehaktballetjes maken. Bouillon geeft een heerlijke geur. Dat wekt de eetlust op.
  5. Dek samen de tafel en maak het gezellig. Zet schalen met eten op tafel. Wanneer je de deksels eraf haalt, ruik je de verschillende geuren. Praat intussen over geur, kleur en smaak, wat je ruikt, ziet, proeft.
  6. Laat de bewoner zelf kiezen: Laat bijvoorbeeld twee verschillende groentes zien. Wilt u bietjes of sperziebonen? Is deze meerkeuzevraag te verwarrend voor een cliënt: Vraag dan enkel: Wilt u bietjes? Gebruik korte zinnen.
  7. Eet zelf ook een (klein) hapje mee. Zien eten doet eten.
  8. Herkent een bewoner zijn vork niet meer? Het zien gebruiken van anderen vindt vaak navolging. Neem het dus niet gelijk over, door te gaan helpen met eten. Geef de ander de tijd, om uit te vinden waar dat stuk ijzer (lepel) voor bedoeld is.
  9. Brood (af)bakken ruikt heerlijk. Vis en vlees braden ook… daarna met elkaar eten.
  10. Samen een fruitsalade maken is een feest van vorm, kleur en geur en smaak. Het zien, voelen, vasthouden en ruiken aan een rijpe appel. Verschillende soorten fruit, vers en uit blik (op sap) samen snijden en alvast proeven en dan samen de fruitsalade maken of misschien bowl maken.

Veel plezier met elkaar!

Nu hebben wij een vraag aan jou: Wat doe jij om het onderlinge contact te versterken? We lezen je reactie graag !

PS Tel maar eens het aantal zintuiglijk specifieke woorden in dit artikel

Meer weten over Zin-in-Dementiezorg? Neem contact op en mail of bel Wies Vink 06-51832505.

Nog geen abonnee? Ontvang direct het nieuwste artikel in je mailbox. Meld je hier aan

Hoe ben je een luisterend oor: drie tips

Iedereen vindt het belangrijk om, als hij ergens mee zit, zich gehoord te voelen. Echt het idee hebben dat er naar je wordt geluisterd; dat je probleem serieus genomen wordt. Als een medewerkster naar je toe komt is het belangrijk om onverdeelde aandacht voor je collega te laten blijken. Dus eigenlijk een luisterend oor te zijn, iemand die je kunt vertrouwen, wiens aandacht zichtbaar, hoorbaar en voelbaar is. We geven je graag een drietal handvatten:

1.    Aandacht geven met je houding

  • met je bovenlichaam en hoofd naar de ander toegewend te zitten;
  • oogcontact: je kijkt de ander ontspannen aan (niet aanstaren)
  • een open houding: gekruiste armen en benen verraden een lage betrokkenheid of afweer;
  • rechtop zitten, klaar om enigszins naar de ander toe te leunen;
  • ontspannen zitten. Spanning is zichtbaar en besmettelijk.

Luister goed naar de klank van de stem en wat tussen de woorden doorklinkt. De lading van de boodschap klinkt het meest door in de non-verbale communicatie.

Zorg ervoor dat je niet met een half oor luistert, bijvoorbeeld doordat je denkt te weten wat de ander wil gaan zeggen of doordat je al bezig bent met de oplossing.

Waar en hoe je zit is belangrijk. De collega moet zich in de ruimte veilig genoeg voelen om te vertellen. De opstelling van de stoelen moet aankijken en wegkijken mogelijk maken. Een hoek van 160 graden, schuin tegenover elkaar, is ideaal. De beste gespreksafstand is ongeveer 120 cm. Barricades als een bureau verhinderen sterke betrokkenheid.

2.    Volgertjes

Met volgertjes bedoelen we de verbale hummen, de korte bevestigingen en de non-verbale knikjes wanneer de klager/klaagster iets vertelt. Volgertjes hebben twee functies:

  • Je geeft aan dat je de ander volgt, dat je aandacht voor hem/haar hebt en luistert
  • Je stimuleert de ander door te gaan.

Iemand met volgertjes stimuleren om door te gaan met zijn/haar verhaal is overigens uitdrukkelijk iets anders dan dat je het ook met hem/haar eens bent. Soms is dat helemaal niet relevant en als dat wel zo is, kun je dat op verschillende andere manieren laten blijken. De volgertjes moeten op een neutrale manier gegeven worden en daarmee niets meer aangeven dan: ga verder, ik luister.

3.    Stiltes

Voor een goed gesprek is het vaak veel belangrijker dat je kunt luisteren, dan dat je veel aan het woord bent. In zekere zin is stilte de uiterste vorm hiervan: je zegt immers niets. Het kunnen omgaan met stilte is bij uitstek een luistervaardigheid. Stiltes laten vallen is voor de meesten van ons heel moeilijk. In onze cultuur tel je mee als je voor je mening uitkomt. Daarom zijn we er niet zo aan gewend en zijn we er meestal ook niet zo goed in.

Waarom zijn stiltes in een gesprek zo essentieel?

Vier redenen:

  1. Je geeft de ander de ruimte. Hij/zij kan eerdere uitspraken aanvullen en krijgt de kans om ook gevoelige of ingewikkelde zaken te overdenken en te verwoorden;
  2. Je voorkomt dat je direct jouw eigen interpretaties op de ander loslaat en dat je zaken voor de ander te snel gaat invullen;
  3. Je brengt rust en ontspanning in het gesprek en toont respect voor de ander en zijn/haar beleving;
  4. Tijdens een stilte kunnen er nieuwe ingevingen komen, zowel bij jezelf als bij je gesprekspartner.

Wanneer je na enige tijd vindt dat je zelf de stilte moet doorbreken kun je:

  • Een samenvatting geven van wat er als laatste is gezegd, zodat de ander daar weer op door kan gaan;
  • Een doorvraag stellen om op die manier het gesprek weer op gang te brengen;
  • Aan de orde stellen wat je opvalt aan de manier waarop het gesprek verloopt;
  • Eventuele nieuwe zienswijzen geven die tijdens de stilte naar boven kwamen.

Drie technieken om eens mee aan de slag te gaan in je volgende gesprek.

Succes! We horen graag je ervaringen!

P.s. Een volgende keer komen de technieken spiegelen en (door)vragen aan bod.

Heeft Belevingsgerichte zorg nog toekomst?

http://zin-in-zorg.nl/2012/heeft-belevingsgerichte-zorg-nog-toekomst/Nu er sprake is van overhevelen van de begeleiding  naar de Wmo vraagt menig zorgprofessional zich af of Belevingsgerichte zorg nog toekomst heeft?

Er komt steeds meer nadruk op versterking van zelfredzaamheid. Wat zullen de effecten hiervan zijn? Hoe kun je inspelen op veranderingen die komen gaan? Heeft belevingsgerichte zorg nog toekomst?
  
Deze keer een artikel over belevingsgerichte aanpak en de Wmo. Laat je ons weten hoe jij hier tegenaan kijkt? We lezen je reactie graag hieronder.

Belevingsgericht werken

Belevingsgericht werken is op een zodanige manier zorg verlenen dat het aansluit bij de manier waarop iemand zijn situatie beleeft. Medewerkers richten zich daarbij op de beleving van de cliënt, vandaar de naam belevingsgerichte zorg. Hoe iemand zijn situatie beleeft, verschilt van persoon tot persoon, van ziekte tot ziekte en van dag tot dag. De kunst is daarop in te spelen.

Voorbeeld uit de praktijk

De wijkzorgmedewerker rapporteert en  beschrijft de cliënt als de heer. In een volgend zorgmoment vertelt de cliënt dat hij dat vreemd vindt. ‘Schrijf maar gewoon Bert’, zegt hij. ‘En ik wil ook dat jullie mij zo noemen’.

Van zorgen voor naar zorgen dat

http://zin-in-zorg.nl/2012/heeft-belevingsgerichte-zorg-nog-toekomst/In de Wmo gaat het niet altijd meer om zorgen voor, maar ook om zorgen dat! Dat betekent dat in veel gevallen de belevingsgerichtheid even belangrijk blijft, maar dat we dan niet langer van belevingsgerichte zorg, maar van een belevingsgerichte aanpak spreken

Een hulpverlener die belevingsgerichte diensten biedt, houdt rekening met verschillen van mensen en doet daarmee recht aan de hulpvrager als persoon. Voor het gevoel van welzijn is het belangrijk dat ieder mens zijn leven op zijn eigen manier inricht. Voel je je het verschil?, Belevingsgericht werken heeft een positief effect op gezondheid, blijkt uit onderzoeken.

Nog een voorbeeld:

Meneer en mevrouw Jansen zijn beiden achter in de zestig. Wanneer mevrouw Jansen ziek wordt, verandert hun (sociale) leven en de ziekte brengt beperkingen met zich mee. Het sociale wijkteam wordt ingeschakeld in de ochtenden om te helpen bij de dagelijkse verzorging. ‘s Nachts moet mevrouw vaak plassen. Nu mevrouw Jansen ziek is, kan ze niet alleen uit bed komen. Haar man helpt haar bij het uit bed komen. Het gevolg is dat beiden nachtrust tekort komen. Het is voor het echtpaar belangrijk dat zij zichzelf zo lang mogelijk redden.

http://zin-in-zorg.nl/2012/heeft-belevingsgerichte-zorg-nog-toekomst/De verpleegkundige die hen helpt, signaleert dat meneer en mevrouw Jansen oververmoeid raken. Zij bespreekt de situatie met hen, hoe meneer en mevrouw meer rust kunnen krijgen. Verschillende voorstellen komen over tafel.

Gezamenlijk kiezen zij ervoor om de fysiotherapeut in te schakelen voor een blaastraining en een postoel. Deze keuze doet in de praktijk het welzijn van het echtpaar weer toenemen. Het betekent ook een reductie op zorgkosten, immers de nachtzorg hoeft niet te worden ingezet.

Stem de zorg af op de patient

Bij belevingsgerichte aanpak hoort voortdurend afstemming met de cliënt. Door middel van overleg en of door goed te kijken en te luisteren naar de cliënt en zijn familie vind je gezamenlijke oplossingen.

De een zegt: “Ik zag meteen aan zijn gezicht dat het tussen ons niets zou worden. Hij is zo macho en hij weet alles beter. Hij is zo eigenwijs, dat ik nu al weet dat het niet gemakkelijk zal zijn hem te verzorgen.”

Vergelijk dat eens met de volgende uitspraak van een andere zorgverlener over dezelfde man: “Ik heb geen goed contact met hem, maar onze relatie is nog niet zo dat ik dit aan de orde durf te stellen”.
Citaat uit “De kunst van het afstemmen”

Door op zoek te gaan naar de vraag achter de vraag, achterhaal je wat de beleving van de cliënt is en welke wensen en problemen hij heeft. Door hierover in gesprek te gaan kun je mogelijke oplossingen vinden.

De rol van de zorg verandert

De rol van de zorgverlener verandert van deskundige naar deskundige èn onderhandelaar en organisator. Dat betekent dat je in staat moet zijn om te onderhandelen en te adviseren.

De zorgverlener zet haar professionele kennis in met betrekking tot de situatie van de bewoner. De deskundigheid van de hulpverlener wordt geïntegreerd met de vraag én de beleving van de bewoner en zijn naasten. Zodat beiden tevreden zijn over de gevonden oplossing.

Uit een onderzoek

‘Er is een duidelijk verschil aangetoond tussen de bewoners die geïntegreerde belevingsgerichte zorg ontvingen en de andere bewoners. De eerste groep was minder angstig en emotioneel meer in balans. Tevens hadden de bewoners bij de experimentele groep een positiever zelfbeeld en waren ze meer tevreden over bijvoorbeeld hun eigen functioneren en het aantal sociale contacten.”
Bron: Samenvatting van “Het effect van belevingsgerichte zorg versus traditionele zorg”,  “The effect of integrated emotion-oriented care versus usual care on elderly persons with dementia in the nursing home and on nursing assistants: a randomized clinical trial.”

Wanneer cliënten  belevingsgerichte aandacht krijgen,  draagt dat bij aan hun Welzijn en dat bevordert hun gezondheid. Zorgprofessionals willen goed zorgen en gemeenten  goed zorgen voor Welzijn. Organisaties die Belevingsgerichte aanpak bieden, geven hier een antwoord op. Van zorgprofessional naar zorg- en welzijnsprofessionals door belevingsgericht werken.

Zin-in-Zorg heeft ervaring met het trainen van medewerkers in belevingsgericht werken, belevingsgericht leidinggeven, en het implementeren van de (zorg)reflectiemethodiek. Onze slogan en training zijn dan ook: Betere Communicatie is Betere Zorg

Laat jij ons weten hoe jij tegen de verandering aankijkt? We lezen graag je reactie hieronder.

Neem contact met ons op over belevingsgericht werken in relatie tot de versterking van de zelfredzaamheid. Zin-in-Zorg denkt graag mee!