Hoe ben je een luisterend oor: drie tips

Iedereen vindt het belangrijk om, als hij ergens mee zit, zich gehoord te voelen. Echt het idee hebben dat er naar je wordt geluisterd; dat je probleem serieus genomen wordt. Als een medewerkster naar je toe komt is het belangrijk om onverdeelde aandacht voor je collega te laten blijken. Dus eigenlijk een luisterend oor te zijn, iemand die je kunt vertrouwen, wiens aandacht zichtbaar, hoorbaar en voelbaar is. We geven je graag een drietal handvatten:

1.    Aandacht geven met je houding

  • met je bovenlichaam en hoofd naar de ander toegewend te zitten;
  • oogcontact: je kijkt de ander ontspannen aan (niet aanstaren)
  • een open houding: gekruiste armen en benen verraden een lage betrokkenheid of afweer;
  • rechtop zitten, klaar om enigszins naar de ander toe te leunen;
  • ontspannen zitten. Spanning is zichtbaar en besmettelijk.

Luister goed naar de klank van de stem en wat tussen de woorden doorklinkt. De lading van de boodschap klinkt het meest door in de non-verbale communicatie.

Zorg ervoor dat je niet met een half oor luistert, bijvoorbeeld doordat je denkt te weten wat de ander wil gaan zeggen of doordat je al bezig bent met de oplossing.

Waar en hoe je zit is belangrijk. De collega moet zich in de ruimte veilig genoeg voelen om te vertellen. De opstelling van de stoelen moet aankijken en wegkijken mogelijk maken. Een hoek van 160 graden, schuin tegenover elkaar, is ideaal. De beste gespreksafstand is ongeveer 120 cm. Barricades als een bureau verhinderen sterke betrokkenheid.

2.    Volgertjes

Met volgertjes bedoelen we de verbale hummen, de korte bevestigingen en de non-verbale knikjes wanneer de klager/klaagster iets vertelt. Volgertjes hebben twee functies:

  • Je geeft aan dat je de ander volgt, dat je aandacht voor hem/haar hebt en luistert
  • Je stimuleert de ander door te gaan.

Iemand met volgertjes stimuleren om door te gaan met zijn/haar verhaal is overigens uitdrukkelijk iets anders dan dat je het ook met hem/haar eens bent. Soms is dat helemaal niet relevant en als dat wel zo is, kun je dat op verschillende andere manieren laten blijken. De volgertjes moeten op een neutrale manier gegeven worden en daarmee niets meer aangeven dan: ga verder, ik luister.

3.    Stiltes

Voor een goed gesprek is het vaak veel belangrijker dat je kunt luisteren, dan dat je veel aan het woord bent. In zekere zin is stilte de uiterste vorm hiervan: je zegt immers niets. Het kunnen omgaan met stilte is bij uitstek een luistervaardigheid. Stiltes laten vallen is voor de meesten van ons heel moeilijk. In onze cultuur tel je mee als je voor je mening uitkomt. Daarom zijn we er niet zo aan gewend en zijn we er meestal ook niet zo goed in.

Waarom zijn stiltes in een gesprek zo essentieel?

Vier redenen:

  1. Je geeft de ander de ruimte. Hij/zij kan eerdere uitspraken aanvullen en krijgt de kans om ook gevoelige of ingewikkelde zaken te overdenken en te verwoorden;
  2. Je voorkomt dat je direct jouw eigen interpretaties op de ander loslaat en dat je zaken voor de ander te snel gaat invullen;
  3. Je brengt rust en ontspanning in het gesprek en toont respect voor de ander en zijn/haar beleving;
  4. Tijdens een stilte kunnen er nieuwe ingevingen komen, zowel bij jezelf als bij je gesprekspartner.

Wanneer je na enige tijd vindt dat je zelf de stilte moet doorbreken kun je:

  • Een samenvatting geven van wat er als laatste is gezegd, zodat de ander daar weer op door kan gaan;
  • Een doorvraag stellen om op die manier het gesprek weer op gang te brengen;
  • Aan de orde stellen wat je opvalt aan de manier waarop het gesprek verloopt;
  • Eventuele nieuwe zienswijzen geven die tijdens de stilte naar boven kwamen.

Drie technieken om eens mee aan de slag te gaan in je volgende gesprek.

Succes! We horen graag je ervaringen!

P.s. Een volgende keer komen de technieken spiegelen en (door)vragen aan bod.